Aandacht

“Heb je nog wel genoeg aandacht?”

Deze vraag van mijn huisarts slaat in als een bom. De wolk van eenzaamheid trekt langzaam om me heen op. In de spreekkamer, de derde van links met de drie op de deur zitten we tegen over elkaar aan een bureau. Mijn haren zijn nog nat van de douche die ik ongeveer drie kwartier geleden nam.

Fris en gewassen naar de dokter is toch hoe het eigenlijk hoort. Daarbij moest ik eerst nog vandaag drie afleveringen afkijken van die ene serie. Realistisch tijdverdrijf is niet echt aan mij besteed.

En nu zit ik dus hier voor mijn huisarts met die gewassen haren. Ik vraag me af of ze het eenzame aan me ruikt. Of ziet ze duidelijk de kenmerken van een ‘lone wolf’. Parasiet van de samenleving. Levensbedreigend.
Het leven schijnt 10 jaar ingekort te worden door eenzaamheid. Ik ben vast en zeker getroffen door deze welvaartsziekte. Naast obesitas, waar ik aanleg voor heb en niet te vergeten nog de kans op suikerziekte. Dit alles samen valt onder de noemer: hypochondrie.

“Euh… aandacht?”, vraag ik voorzichtig: Wat bedoeld u daarmee?”
“Nou”, begint mijn huisarts. “Of je je aandacht er een beetje bij kan houden op je werk, enzo?”
Dan in een helder woord: “Focus”.
Ze wacht mijn antwoord verder niet af en stelt een volgende vraag:
“Wat doe je eigenlijk voor werk?”

Dit kennismakingsgesprek had ik niet helemaal verwacht. Ik laat het concept huisartsconsult maar even voor wat het is en begin aan een antwoord:

“Euhm, ik moet… of mag, want het het is op vrijwillige basis die kantoorbaan, mensen de hele dag blij maken en dat bedoel ik niet cynisch.
De afdeling heet: Customer Happiness. Voor klanttevredenheid…”, ik probeer beknopt te zijn.

En dan meen ik ineens empathie bij mijn huisarts te bespeuren als ze verzuchtend en schuddend met haar hoofd fluistert: “och jeetje, allemaal boze mensen. De hele dag…”

Compassie is niet helemaal het sentiment wat ik nu kan gebruiken.
Ik antwoord maar: “Het is wel bij de klantenservice, alleen bel ik mensen terug die een vragenlijst invullen.”
Dan wil ik die baan toch echt nu laten voor wat het is en ik heb mijn slotzin klaar: “Het is voor een webwinkel, die u misschien wel kent.”
Ik noem de bekende naam, die ze langzaam herhaalt zonder ‘punt’ er tussen.

De huisarts gooit het over een andere boeg met een, ook in de klantenservice, klassieke open vraag: “Wat heb je eigenlijk van me nodig?”
Deze vraag doet het meestal goed als de interviewer tot wanhoop is gedreven. Best wel heel hardop reageer ik: “Dat is een goede vraag.”

Dit is mijn kans voor het uiteenzetten van mijn hulpvraag: “Weet u wat het is. Aandacht werkt bij mij nogal verlammend in bepaalde situaties, terwijl ik wel aandachtsgeil ben.
Is er niet een pil die u mij kunt voorschrijven? Injecties zijn ook prima.
Op dit moment doe ik namelijk echt alles voor aandacht. Ik ga stad en land af, zelfs buiten de grenzen voor aandacht. Stap een podium op of onbekende bar binnen. Vaak is het podium in een onbekende bar.”

Dat was waar ik aan dacht daar bij mijn huisarts in die spreekkamer of ik wel genoeg focus op: mezelf.

Bedankt voor jullie aandacht!