Schooispel

De stad ontwaakt, terwijl ik met mijn fiets aan de hand door de straten loop. Rolluiken worden hier en daar nog open getrokken. Een roze tapijt wordt bij de ingang van een drogisterijketen aangemeten. Inclusief een lint dat er boven hangt om de winkel te heropenen, vanwege vermoed ik een make-over. De nieuwe huisstijl met zwarte letters en roze linten hebben iets weg, maar missen duidelijk de alure van een duur parfum.

Veel vroege vogels zijn al bezig in en rondom de winkels. Als ik voorbij een terras loop zie ik drie vrouwen op een rij zitten. Misschien werken ze in het café en doen ze samen de dagstart op het terras. Een ervan heeft met koolpotlood getekende zwart omrande ogen. Ik hoor haar tegen de door mij bedachte collega’s zeggen: “Mijn zus was astroleres!” Waarop een van de andere vrouwen reageert: “Oh echt?” Ik hoor verbazing in haar stem en die begrijp ik. Hoe je iemand die zich met astrologie bezighoudt nou eigenlijk noemt ben ik ineens kwijt. Hoewel de koologen direct iets mysterieus hebben, zie ik vooral het televisieprogramma voor me waarin haar zus rouwende mensen oplicht.

Nu pas valt me op hoe hard het volume van de winkelmuziek staat. Kauwende techno.

Ondertussen passeer ik in de straat ook de eerste stromen dagjesmensen. Aan het einde maak ik een korte stop bij een supermarkt. Vlakbij de ingang parkeer ik mijn fiets. Ik heb nog 10 minuten voordat de cursusdag begint. Gelukkig zit het restaurant waar het is hier twee gebouwen verder op. Binnen bij het rek met vers afgebakte producten pak ik een croissant. Zal ik wel of geen zakje erom heen doen? Toch maar wel als ik zo moet afrekenen. Ik pak het van de stapel. Nu pas valt me op hoe hard het volume van de winkelmuziek staat. Kauwende techno. Er zijn twee medewerkers van de supermarkt aanwezig, waarvan een broodjes en zoetigheid aan het afbakken is. De ander staat er bij te kijken. Bij de kassa is niemand te zien. Wel is er een zelfscan-kassa, waarop ik de afgebakte croissant aansla. Het zakje was eigenlijk niet echt nodig, maar toch stop ik mijn ontbijt van de dag erin.

Weer buiten stap ik op mijn fiets. Ik rijd voorbij het restaurant naar een fietsenrek verderop. Als ik afstap bij een lege plaats, parkeer ik mijn fiets met een hand in het rek. Met de andere houd ik het zakje met daarin de croissant vast. Er komt zie ik vanuit mijn rechterooghoek iets aanvliegen. Op het stuur van de fiets rechts van me landt een kauw. Het beestje ziet er wat ouder uit door de warrige grijze veertjes op het kopje. Geen idee waar je ouderdom bij een kauw aan kan herkennen. Nu weet ik helemaal niet zeker of het een vrouwtje is. Maar ik denk het, omdat ze klein is van stuk. Een bewering dat zij biologisch dus hetzelfde bedeeld is als mensen.

Herkenning over hoe ik mijn deel met dezelfde gulzigheid naar binnenwerk.

Het kauwtje staart me aan en huppelt op het fietsstuur rond. Ik kijk naar mijn croissant en pik een stukje ervan af. Ik gooi het op de grond. Ze vliegt vanaf het stuur er naar toe. Ik zie hoe ze het stukje met een snelheid oppikt en hoe het vervolgens in haar snavel verdwijnt. Herkenning over hoe ik mijn deel met dezelfde gulzigheid naar binnenwerk. Inclusief kruimels om mijn mond. Ik gooi nog een stukje toe. Ondertussen heb ik mijn fiets op slot gezet. Ze kijkt me schuin aan met haar kraaloogjes. Het schooispel voor me is aandoenlijk. Tegelijkertijd denk ik aan onze hond waarbij het niet mocht. En een kauw en een hond kun je allebei veel leren heb ik gelezen. Mijn croissant is zo goed als op. Ik schud de kruimels uit mijn sjaal en wijs ernaar op de grond. Het zakje waar de croissant in zat houd ik omhoog. Ze deinst terug, maar blijft naar boven kijken. Ik schud het zakje uit op haar kop en er vallen nog wat kruimels uit. “Dag hoor”, roep ik haar zachtjes na en loop met snelle passen richting het restaurant.