Kaasbroodje

Het is de warmste zomernacht ooit die ik me kan herinneren. Ik kom net van een festival vlakbij, waar de dag kenmerkend was door het hangen in het gras. Ik heb geen bier aangeraakt, want het was er echt te warm voor. Een tropische verrassing in mijn eigen stadje. Na deze verhitte dag wil ik wel mijn afspraak zien. Ik heb hem leren kennen via een dating-app en afgelopen week heb ik al bijzondere dagen met hem doorgebracht. Hij is in Nederland deels voor vakantie en deels aan het werk als journalist. Ik geloof niet dat hij helemaal weet wat hij wil. Het is overigens ook niet zo dat ik het wel weet. Ik loop de stationshal in en ga door de poortjes. Geen idee waar mijn afspraak staat te wachten, maar ik besluit in het midden plaats te nemen op een lange bank. Dan heb ik tenminste enigszins overzicht over de verschillende uitgangen van het sporendoolhof op Utrecht Centraal.

Ik plaats mijn katoenen tas op de lange bank in de stationshal en ga zitten. Al graaiend in de tas zoek ik mijn oordopjes, zodat ik voorbereid ben als hij belt. Zonder hoor ik amper wat. Dat komt door een defect in mijn tweedehands telefoon en het rumoer om me heen helpt niet mee. Naast me neemt een jongen plaats met in zijn hand een kartonnen bakje met daarin een kaasbroodje. Hij neemt er een hap van en ondertussen kijkt hij me geamuseerd aan. Met volle mond begint hij tegen me te praten: “Zo, jij ziet er leuk uit! Heb je een date? Wil je een lekker koud biertje? Je ziet eruit alsof ik met jou wel gezellig een biertje kan drinken.” Hij reikt me een ijskoud blikje bier aan. En ik antwoord: “Ja, dat kan ik wel gebruiken.” Heldervoelende jongen hier voor me met zijn kaasbroodje, want met mijn zalmroze broekpak en sandalen eronder had ik de perfecte festivaloutfit voor vandaag. En mijn afspraak is nog steeds een date te noemen. Ik antwoord: “Nou, wacht even op iemand. Maar weet nog niet zo goed waar hij aankomt. Hij belt me zo.”

Stukjes kaasbroodje zie ik in en om zijn mond. En ik zeg hardop: “Euh, er zitten stukjes kaasbroodje…”

Ondertussen neem ik een slok van het koele biertje en kijk weer in mijn tas. Ik zie dat ‘mijn date’ drie keer heeft gebeld en weer belt. De telefoon neem ik aan zonder oortjes. Ik sta op en kijk om me heen. De jongen naast me blijft rustig zitten. Naast hem komt een meisje staan. Ik hoor een boze stem aan andere kant van de lijn: “….where are you?….” Verder kan ik er niet veel van maken en zeg: “Please wait, I will call you in a minute. Just need a more quiet place.” Een schoonmaker zittend op zijn borsteltruck lijkt in cirkeltjes om mij heen te blijven draaien.” Ik hang op. “Is dat je date? Ga je hem vanavond zien”, vraagt de jongen. “Heb je een leuke dag gehad?”, vraagt hij direct verder. Stukjes kaasbroodje zie ik in en om zijn mond. En ik zeg hardop: “Euh, er zitten stukjes kaasbroodje…” en wijs naar zijn mond en maak mijn zin verder af: Ja, ik heb zeker een leuke dag gehad. Kom net terug van een festival!” Dan herken ik het meisje naast hem en zeg: “Ik zag je vandaag dansen op het festival bij het podium.”

Een eindje verderop zie ik zingende mensen in feestelijke outfits de roltrappen op en af komen. Inclusief boa’s en glitterhoeden: ohja de Toppers, bedenk ik me. Een uitbundige bedoeling inclusief een massale uitloop van mascara en lippenstift. “Waar kom jij dan vandaan?”, vraag ik de nog steeds aan zijn kaasbroodje smikkelende buurman. Hij antwoord: ”Uit Rotterdam.” Dan al vrij snel daarna: “Mag ik raden wat je doet?” Ik denk dat mijn buurman Psychologie studeert. Hij is leraar Geschiedenis. Ik krijg prachtige beroepen naar mijn hoofd geslingerd. Dan de werkelijkheid. Hij werkte ooit voor die andere webshop, de concurrent.

Ik ga mijn date maar eens zoeken. Die hier hoop ik nog ergens aan het ronddwalen is.

Enthousiast over ons samenzijn hier doen we nog even een korte nabespreking. Er volgt een officieel voorstelrondje: “Ik ben Hugo en dit is Floor. We gaan zo naar Nijmegen!” “Nee!”, roept het meisje en dan zegt ze tegen hem: “We gaan naar jou”. “Oh dus naar Rotterdam”, kop ik ‘m verder in. “Nee we wachten op de trein naar Nijmegen”, schatert de jongen. Terwijl het meisje lachend roept: “Ik wil daar helemaal niet naar toe”. Beide liggen nu op elkaar op de bank, terwijl ze elkaar kussend eroverheen rollen. Staand neem ik een slok van het gekregen biertje.

Ik ga mijn date maar eens zoeken. Die hier hoop ik nog ergens aan het ronddwalen is. “Proost! Dank je wel voor het biertje en een goede reis waar dat ook naar toe mag zijn!”, zeg ik als mijn afscheid. Hugo en Floor kijken op uit hun innige omhelzing met elkaar en zwaaien naar me, terwijl ik nog letterlijk naast ze sta. Ik draai me om. Geen idee waar de date is. Ik doe mijn oordopjes in mijn telefoon en bel hem. Ik hoor paniek in de stem: “Where are you? I’m at Utrecht station waiting for you.” Ik sta ondertussen bij de uitgang. Hij blijkbaar bij de andere. Ik steek opnieuw de stationshal over. Bij de poortjes zie ik hem staan. Hij maakt een kleine buiging en zwaait vragend met zijn armen: “I thought you would left me here”.