Schrijvers in Sluis: dagboek van een schrijver

Dag 1 – Aankomst

In het gastenboek stuitend bewijs: (on)bekende schrijvers me voor. De schrijver die zijn miauwende metgezel meenam. De ander die wilde scrappen, maar Twin Peaks ging bingen. Een herkenbare zielengroep.

Het huis heeft volgens de gastheer Conny een wat gedateerde voorkomen. Voor mij is het direct een voormoederlijk huis. Perfect om te werken aan mijn manuscript over mijn eigen voormoeders.

Ik bak een stapel pannenkoeken. 

Dag 2 – Zeeuwse vrouw

De dagen hierna hoop ik zonder teveel afleiding te schrijven. Ik plan alleen mijn schrijfsessies in. Genoeg tijd over, bijvoorbeeld voor een fietstochtje.

Is wat ik schrijf relevant? Er gaat van alles geschrapt worden. Dat je op voorhand weet dat je werk schrijft om te deleten. Ik trap door naar Cadzand.

In de duinen een koperen beeld dat iets weg heeft van een clitoris. Het Zeeuws meisje is nu een vrouw. Of een haaientand. Rustgevende gedachten. Ook over de pannenkoeken in mijn rugzak. Ik stap af in de duinen. Ren naar beneden. De zee heeft op me gewacht. 

Dag 3 – Merklap

Een zonverbrand hoofd. Vandaag is het bewolkt. Dat scheelt. Zonnebrand wel alvast in de tas gedaan.

Telefoontje naar de schrijfcoach. Een vriendin belt. Mijn digitale detox werpt vruchten af. Aankomstverslag vanuit Zeeland. Daarna zwijgplicht opgelegd, oftewel geen sociale afleiding van dierbare vrienden en familie.

Bij een bandenbedrijf zwaait een oudere meneer naar me, alsof ik zijn verloren dochter ben. In de super een compliment over mijn borduurwerk op mijn jas. De medewerker borduurt zelf graag patronen merklappen. In de Flow die in de woonkamer ligt staat er een patroon, van een merklap. Zal ik die nog eens bij haar langs brengen? 

Dag 4 – Grensgevallen

Het is weer bewolkt, maar niet koud. Mijn hoofd is nog steeds rood en mijn neusvel laat los.

Waterlandkerkje. Het rondje om de kerk is in 5 minuten gedaan. Een mevrouw in een rolstoel zwaait uitgebreid. Misschien ben ik echt verloren? Door naar Sint Margriette. Zonder kaart of telefoon. Paspoort. Een grenspaal met camerabewaking. Ik voel me een grensgeval. Ronddolen in Waterland. Terug via Goedleven. Een hoopje egel beweegt en steekt over. Rust bij een kreek. Plaats op Roland’s plekje, aldus het koperen plaatje op het houten bankje. Jammer genoeg voor mij en Roland is het riet op zijn hoogst.

Dag 5 – Puzzelen

Tussen alle avonturen door nog steeds mijn schrijfsessies. Tot zo ver voorspoedig. Bij dit gedeelte in het manuscript vooral voorwerk, vanwege een nog ongeplande reis naar Italië. Is 2021 een beter jaar?

Markt in Oostburg. Met kortingsbon zoek ik de gebakskraam. De bolussen zijn in de aanbieding. Geen kraam. Dan maar kibbeling van de viskraam uit Breskens.

Geworstel met de verhaallijnen. Puzzelstukjes in mijn hoofd vallen steeds meer op zijn plek (tekst gaat verder onder de foto’s).

Dag 6 – Peperkoekbakkers

Geen schrijvers zonder Sluis. Op een bankje bij de Damse Vaart geniet ik van een alsnog gehaalde Zeeuwse bolus. In gezelschap van een rode kater.

De (voor)ouders van Johan Hendrik van Dale bakten peperkoek. De geur die Sluis in die tijd deed bekoren ontbreekt in de Van Dale.

Dag 7 – Soepgans

Rondscharrelen in en rondom de voormoederlijke villa. Bij de bieb de eerste 10.000 woorden geprint van deze eerste week. Een mijlpaal! De laatste keer was dit op papier mijn scriptie.

In de avond koffie bij Conny en Suzet. Wat een hartelijk ontvangst. Ook eerder bij de boot in Breskens. Ik leer meer over de omgeving waarin zij opgroeiden en nog steeds wonen. Het verschil tussen een Canadese, soep en gewone gans. Een verblijf bij de poel op de camping, aldus Conny. Prachtig stel. Ik tel mijn zegeningen deze week. 

Dag 8 – Rondsluiper

Even niet zoveel ondernemen vandaag. Onrustige nacht gehad. Gisteravond kwam ik terug en stond de deur in de woonkamer nog open. Ineens waakzaam voor rondgesluip. De stad laat haar sporen duidelijk na.

De schrijfsessies uit mijn agenda gehaald. Soms loopt een boek te hard van stapel en loopt een schrijver achter de feiten aan. Zien of lezen lukt. Afgelopen dagen flink wat had ondernomen. Ineens voelt dat ook zo. De cyclus speelt ook op. Rustig aan is het credo, morgen weer een dag. Nu BBC first.

Dag 9 – Trappelen

Schrijfsessies weer van start. Nieuwvliet lonkt. Ik kies een makkelijke route langs de provinciale weg. Lekker recht toe, recht aan. Weinig denkwerk. Met mijn armen op het stuur trap ik door.

Op het strand mijn schoenen uit. Met de blote voeten het zeewater in. Een ouder echtpaar loopt voor me uit. Ze steunen op elkaar en zakken af en toe weg bij een golf. Ze gieren het samen uit.

Nog een stop bij een theetuin, halverwege in de polder: rabarberlimonade en worteltaart als traktatie (laatste stuk tekst onder de foto’s). 

Dag 10 – Digibeet

Indian Summer. Verkies het schrijven achter mijn laptop. Ik lees mijn mail. Een halve digitale detox. Bericht vanuit het archief. Wat ik daar over de voormoeders van Johan Hendrik van Dale zal aantreffen: weinig tot niks. Ga vooral digitaal is de tip. Digi-taal. Het woord zegt het al.

De bombardering van Sluis gemist. Voel me ineens de arrogante randstedeling. Een cultuurbarbaarse schrijver. Mea Culpa voor Zeeuws Vlaanderen en haar Sluizenaars.

Dag 11 – Koele peer

Het strand. Mijn huid is daar niet voor gemaakt. Wel voor de polder. Perenijsjes in de vrieskist. Druivensap in mijn glas, zelfgemaakt door de hosts. En mijn laptop in een koele keuken.

Op het einde van de dag trakteer ik mezelf op een gebrouwen door vrouwen biertje in de tuin. Het was een goede dag! En ik ben blij voor alle mensenkinderen die vandaag een schepje in het zand staken. Ik houd ondertussen hier het hoofd koel.

Dag 12 – Terras geopend

Eervol bezoek van Soan Lan. Koffie op het terras bij de villa. Het enige bezoek dat hier ontvang is de persoon achter ‘Schrijvers in Sluis’. Het is een bewust eenzaam bestaan deze residentie, maar ik geniet van haar gezelschap. Ze heeft al veel schrijvers tijdens de residenties mogen ontvangen en ik hoop dat er nog vele volgen.

Dag 13 – Grote stappen

Make-up goed? Grimas geoefend? De bel gaat ineens al. Oscar, de fotograaf. Keurig op tijd. Waar ik zelf aan dacht qua locatie voor de shoot. Het wordt het ‘Groote Gat’.

Via het weiland met koeien. Als kind in zo’n koeienvlaai stappen. Oscar over zijn jeugd. We lopen richting de door mij benoemde blotevoetenbrug. Het waait. Take one! Een hardloopster wacht ondertussen braaf achter het hek, tot ik klaar ben. Ik bewust van de toeschouwer. Take two! Dit wordt ‘m.

Dag 14 – Vertrek

Een laatste ronde door Oostburg. Bij de bieb een laatste printje eruit. Een mini-fractie van een manuscript in mijn handen. De illusie van houvast.

Ik wandel door het Groote Gat en kan me voorstellen dat veel Oostburgers dit koesteren. Passeer de grazende dames weer. Met mijn schoenen over de brug naar het centrum. Een aai over de neus van de eenhoorn.

Conny zet me af bij Breskens. Hij zegt met een grote glimlach: ,,We hopen nog eens van je te horen… als schrijver!” Ik heb de hoop ondertussen gevestigd op een terugkeer.