Ich bin ein…

Hoe ik dit, wat ik wil bespreken, in een ninekdote ga gieten is nog een flinke uitdaging. Het is best een lang verhaal, met een behoorlijke voorgeschiedenis. Of eigenlijk nog meer een never-ending-story. Vanochtend deed ik voor de zoveelste keer gehaast de deur achter me dicht, want ik was weer eens te laat.

Het een taboe noemen gaat misschien wel wat ver.

Misschien was dit wel de tienduizendste keer in mijn leven dat dit gebeurde. Een unicum is het te noemen, ware het niet dat er trots op zijn calvinistisch gezien nou niet bepaald aanvaard is. Dat ik in een katholieke stad woon en opgegroeid ben beneden de rivieren maakt eigenlijk ook geen verschil. Het een taboe noemen gaat misschien wel wat ver. Het is een gegeven dat te laat komen niet als een al te beste eigenschap wordt gezien. Weinig werkgever, collega en vriend is te spreken over het ‘unicum te laat komen’.

Wanneer ik die deur achter me dicht trek, nog even navoel of ik alles wel bij me heb en soms die deur weer moet openen. Ja, dan zucht ik wel even en vraag me af: ‘wat als ik nu tien of vijf minuten eerder die deur dicht doe?’ Dan is er verder niet zoveel aan de hand. De uitspraak ‘ich bin ein te-laat-komer’ zal ik niet snel doen en ik hoef er zeker mijn hele leven niet aan vast te zitten. Hoe ik dit ga vereenzelvigen in wat ik de wereld te bieden heb, weet ik ook niet zo goed. Ik ben bereid dit verder te onderzoeken, in de diepere laag eronder te duiken van de reden van het niet op tijd zijn.

Geen botsing, geen gewonden. Dat scheelt weer.

Het berichtje naar mijn afspraak met de verwachtte aankomsttijd, wordt beantwoord met een ik houd een plekje voor je vrij! Onderweg verdwijnt de haast al vrij snel. Ik kijk verder voor me uit. Let op het verkeer. Voor me zie ik een hond op gelijke hoogte naast zijn eigenaar in de auto zitten. Dat ziet er best maf uit bedenk ik me en tegenover me fietst iemand die het tafereel ook lachend aanschouwd. Oeps, ik raak wat in de knoei met een voorbijganger die passeert en we knikken beide verontschuldigd. Geen botsing, geen gewonden. Dat scheelt weer. Verderop zie ik de bloemenman zijn kleurrijke waar uitstallen. Ik ben onderweg, overal waar ik passeer gaat iedereen en alles gewoon door. Ook al ben ik te laat.