Treinreis


Hyped ben je als ik voorzichtig langs je heen schuifel door het gangpad voorbij de eerste klas treincoupé.
Je hangt half uit de deur van de coupé en roept nog wat naar een ander.
Een vermoed ik bevriende passagier, die zich ook heeft gesetteld in een van de zes rode leren stoelen.
Als twee prinsen nemen jullie triomfantelijk en met de nodige souplesse beide coupés in.

Er is al wat tijd verstreken wanneer je het tussenstuk van de trein waar ik zit binnenloopt.
Je wrijft over je voorhoofd, waardoor de klep van je Gucci-pet een tikje omhoog schuift.
De deur sluit automatisch achter je dicht.
Met een gelukzalige grijns op je gezicht zeg je:
“Ik moest hier gewoon naar toe.”
Als een cobra gehypnotiseerd volg je de vioolmuziek met anderhalve toonsoort die doorklinkt in het tussenstuk.
Ik zit naast de maker ervan, een violist die rustig verder improviseert.
Jij neemt tegenover hem plaats en roept over de muziek heen:
“Op mijn puntje van mijn tong…
….Oh van wie is dit toch?
Dan roep je uit: Ik weet het! Strachiatelli!

Ik en Italiaans ijs.
Onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Een week daarvoor bezocht ik een ijsprijs winnende salon in mijn stad.
Voor het eerst in de 15 jaar dat ik er woonde proefde ik er twee bolletjes ijs.
Een daarvan was de winnende smaak: vanille.
Het verraste me alleen niet, terwijl dat is wat je kan bereiken met het proeven: van-ieeeuwl-llew.
Wie ben ik, om te oordelen.
Nog erger te recenseren.
Het vak van de ijsmaker is niet voor niets een ambacht.
Italiaans ijs laat zich niet door de eerste de beste dirigeren.
Ik ben geen maker, hooguit een ervaringsdeskundige van de ijsproef.
IJs laat je zintuigen beleven.
Met vanille kun je een moment van extase bereiken door die pure ervaring die leidt tot herkenning.
Basaal?
Misschien, maar ego streling voor elke lik.
Gewoon simpelweg genieten.
Strachiatella schijnt een van de makkelijke ijssoorten om te maken.
Vanille een van de moeilijkste.
Eenvoud is alles behalve simplistisch.

Terug naar dat assortimoment in de trein naar het noorden.
Je schuift ondertussen wat met je fannypack en denkt hardop na onder het genot van de vioolklanken.
Ik brainstorm met je mee.
We gaan op zoek naar de juiste componist van de improvisatie:
“Jan Vain?”
Hoofschuddend geef je me een duidelijke ‘nee’.
“Andre Rieu?” Weer hoofdschuddend ‘nee’.
“Strachiatelli?” Plagend herhaal ik je, maar die dus niet.
“Pavarotti? De operazanger?”
Je bevestigd dit met: “Inderdaad, die ja”.
Die speelde alleen geen viool.
Zeker geen eerste.
Wel een klassieker.
Het maakt verder niet uit voor dit moment.
Daar in dat tussenstuk zit ik midden in mijn eigen euforie door de geboorte van strachiatelli: vanille roomijs met stukjes chocolade.
Leg dat maar in die vitrine bij die bekroonde ijssalon.
Ik sta ervoor in de rij.