Een klein gebaar

Mijn moeder klinkt opgewekt aan de telefoon: “Ach, nu moet ik je echt iets leuks vertellen.” We bellen elkaar om de paar dagen en ze vertelt mij over wat er gebeurt met de mensen in haar directe omgeving, terwijl ik vooral mijn eigen wel en wee deel. Mijn moeder geniet van veel mensen om zich heen en zorgt er graag voorwaar ik mijn eigen vrijheid kies boven dat van een hechte gemeenschap direct om mij heen. Dat komt duidelijk naar voren in onze wekelijkse gesprekken.

Ze gaat enthousiast verder: “De buurjongen stond voor de deur en in zijn hand had hij een envelopje. En hij zegt tegen mij: “Voor je vakantie, buurvrouw!”” Mijn moeder klinkt nog steeds blij verrast: “Ik zeg tegen hem: “Jongen, ik word hier helemaal verlegen van. Je moet aan jezelf denken, want je werkt er hard genoeg voor.” En ze vertelt dat hij daarop antwoord geeft dat hij dit juist graag wil doen en andere mensen blij wil maken. Zoals nu ook mijn moeder.

Toch wist ze met weinig woorden grote indruk te maken.

Kleine jongens worden groot, denk ik als mijn moeder over de buurjongen vertelt. Maar vooral realiseer ik me hoe bijzonder het is dat deze jongen op zijn manier een blijk van waardering aan mijn moeder toont. Er springen tranen in mijn ogen, omdat ik even terug denk aan hoe bijzonder de eerste ontmoeting tussen mijn moeder en de buurjongen is verlopen. Zij liep buiten en begroette een vrouw in de straat, zoals ze regelmatig buren of voorbijgangers gedag zegt. Het bleek te gaan om van de nieuwe buren. De vrouw was net in Nederland komen wonen en sprak weinig Nederlands. Toch wist ze met weinig woorden grote indruk te maken.

Ik weet nog toen mijn moeder thuis kwam en zei ‘dat ze toch echt even iets kwijt moest’. Ze vertelde me dat ze die dag de buurvrouw zag wandelen met haar pasgeboren baby in de kinderwagen. Terwijl ze dit vertelde, sloeg ze haar hand voor haar mond. “Och, Nineke… dit is zo erg. Luister die vrouw heeft me iets willen zeggen, maar ik begrijp het nu pas. Ze wees naar de wagen en maakt het gebaar van een vinger. Vervolgens wees ze naar haar buik en stak twee vingers op. Ik realiseer me nu pas wat ze probeerde uit te leggen: ze had een tweeling gekregen.” Uiteindelijk lag er maar één in de kinderwagen: de buurjongen die 18 jaar later bij haar voor deur met een envelopje stond.

Hij vertelt en vertaalt die avond af en toe voor zijn moeder.

Bij dezelfde buren ben ik later een keer met mijn moeder uitgenodigd. Inmiddels hebben ze drie, al wat grote, kinderen. De baby van toen, is de oudste zoon. Hij vertelt en vertaalt die avond af en toe voor zijn moeder. Er wordt vertelt waar de tweelingbroer begraven ligt en  dat ze bij een bezoek aan het geboorteland van de ouders altijd eerst langs het graf rijden. De kinderen hebben van jongs af aan mijn moeder uitgelegd dat ze een broertje hebben, dat is overleden. Die avond vertelt mijn moeder aan de buurjongen over de eerste ontmoeting met hem. Zijn moeder vertelt dat ze het zich niet echt kan herinneren. Ondertussen zie ik hem benieuwd kijken naar de reactie van mijn moeder en zijn eigen moeder. De buurvrouw vertelt aan mijn moeder dat ze in die tijd een van de weinige bekende gezichten voor haar was, omdat ze altijd gedag zei en een praatje maakte.

In ons telefoongesprek denk ik terug aan die ontmoeting van mijn moeder en de buurvrouw. De communicatie over het verlies van een kind en de openheid hierover bewonder ik. Daarbij bedenk ik mij hoe bijzonder het is dat mijn moeder uit haar nieuwsgierigheid en interesse het gesprek gewoon aan ging. Hoeveel mensen lopen we elke dag wel niet voorbij, die op dat moment een grote levensgebeurtenis aan het verwerken zijn. En het kan iets prachtigs opleveren als je aanbied een ander deelgenoot ervan te maken. Doormiddel van een begroeting, glimlach of een gesprek. Of met een ander klein gebaar. Het effect lijkt minimaal, maar 18-jaar later staat er misschien wel een buurjongen voor je die jou graag blij maakt.