Tricolore

Ik was negen jaar en mijn moeder vertelde dat een recept voor ijs in een Italiaanse familie van moeder op oudste dochter wordt overgedragen. “Een ijsrecept is heel waardevol”, zei mijn moeder. “Een Italiaanse ijssalon maakte op basis van die familierecepten het ijs”, wist ze mij te vertellen. In de keuken van oma Michelina vroeg ik haar waar ons familierecept lag: “Vast daar in dat bovenste keukenkastje of heeft oma het verstopt op een geheime plek?” En ik zag het zo voor me,  beschreven op een stuk vergeeld perkament. Prachtig uitgeschreven met een kroontjespen. Ondertussen begon ik na te denken over al die verschillende smaken. Het makkelijkste om te maken leek mij stracciatella. Vast met een beetje hagelslag, fantaseerde ik erop los in oma’s keuken. Een andere klassieker uit de Italiaanse ijssalon en de favoriet van mijn moeder: pistache. Hoe kreeg je die prachtige groene kleur? Die smaak leek me dan weer te ingewikkeld om te maken.

…mijn grootmoeder Maria besloot om zelf ijs te draaien.

Zelf ijs draaien zoals mijn Italiaanse overgrootmoeder deed, sprak als 9-jarige tot de verbeelding. Dat zou vast net zo lekker zijn als zelfgemaakte plaatpizza of slagroomsoezen. Venten van Italiaans ijs uit een karretje op straat in Nederland begon bij de pioniers. Ook mijn overgrootmoeder Maria besloot om zelf ijs te draaien. De smaak van thuis te creëren en te laten proeven. In de tijd dat een koelkast niet voor handen was en elektriciteit schaars. Creatief met de ingrediënten en toch smaakvol. Het volgende idee was om het te verkopen. Dit moesten die Olandese proeven. En dat na het werk in de kolenmijn of op de enige vrije dag mijn overgrootvader Angelo het ijs ging venten. Het bleef uiteindelijk bij pionieren. Inkomen door de verkoop van ijs lukte niet. Die salon op basis van Maria’s ijs is er nooit gekomen. Wel bleef mijn overgrootvader een harde werker in de Limburgse kolenmijn.

Voor de prijs van één krijg je drie smaken…

Mijn moeder maakte in de keuken bij oma korte metten met mijn fascinatie. Dat geheime recept zou niet te voorschijn komen, want via de familie van oma was het niet doorgegeven. Over het hoe en waarom ging ze op dat moment niet in. Wel had ze gelukkig haar eigen ijsrecept waar ik dol op was. De ingrediënten?  Men neme 1 bak van het goedkoopste tricolore ijs. Voor de prijs van één krijg je drie smaken (chocolade, vanille, aardbei). Met kerst kies je voor ijs van een A-merk.

Erbij deed ze dan de door haarzelf ingemaakte perziken uit eigen tuin en net iets teveel siroop. Ondertussen stroomde het glazen bakje door de flinke dot zelfgeklopte slagroom bijna over. En wat was dat genieten, inclusief het getik van de lepel tegen het glas. En tot slot het laatste bodempje eruit slurpen. Later leerde ik zelf de ijsschep te hanteren. Met de door mijn moeder gekochte ijscoupes maakte ik op een zondagavond of feestdag een heerlijke traktatie.

Dan ben ik maar een purist…

Schrijver Ernst van der Kwast stelt de vraag in zijn boek De IJsmakers: als je weet dat je grootouders dit deden kun je daar van los komen? Het boek inspireerde mij om de geschiedenis van mijn Italiaanse voorouders verder te onderzoeken. Ik weet niet of ik er wel los van wil komen. In de zomer op weg naar mijn Nederlandse opa en oma stopten we standaard bij de Italiaanse ijssalon in Waalwijk. Vandaag geven al die smaken me alleen wel keuzestress voor de vitrine. Ga ik voor ijs met fruit, wat combineert het beste met koffie en waarom kiezen voor de smaak zeezout? Dan ben ik maar een purist en geniet ik van een bolletjes pistache en stracciatella. Gekocht bij de Italiaanse ijssalon om de hoek. Kijkend naar voorbij varende bootjes in de gracht. Dan beleef ik de ultieme zomerdag in mijn eigen stad.