Deel 1 : Onder oma’s wollen deken

Op het einde van mijn bed ligt een wollen deken. Zuiver scheerwol staat er op het labeltje aan de zijkant. Het is een exemplaar dat al bij mijn oma op een van de logeerbedden lag en nu al heel wat jaren trouwe dienst doet. De pastel blauwe en gele vakken zijn in al die tijd niet vervaagd. Het ligt er ook nog eens mooi en kleurig bij zo op mijn bed. Daarnaast is het eronder heerlijk warm en perfect bij koude voeten. Later hoor ik het verhaal achter die wollige exemplaren. Het verklaart voor mij waarom mijn moeder de moeite nam de dekens te bewaren.

Elk huis verdient zo’n heerlijk wollig exemplaar. Ik gebruik de deken voor het eerst in mijn appartement dat verwarmt wordt via een gaskachel in de woonkamer. De rest van het huis opwarmen lukt niet altijd even goed. Van mijn moeder krijg ik een van oma’s wollige exemplaren. Ze vertelt met trots dat ze die al die tijd goed bewaard heeft en de deken ook heeft laten stomen. Die koude winterdagen heb ik direct profijt van de warmte en krijgt het begrip ‘onder de wol kruipen’ voor mij definitie.

Mijn broer begint te grinniken en ik weet hoe laat het is als ik hem aankijk.

Het is pinkstervakantie begin jaren 90, we logeren bij mijn oma en ik slaap in het oude kamertje van mijn moeder. Op een matras, dat nogal hard ligt en doet verlangen aan mijn eigen bed. Er ligt schoon beddengoed op en het bed is strak opgemaakt. Een tij, een kussen met een bloemetjes kussensloop, een laken en daarboven een wollen deken, bestaande uit veel verschillende kleuren. Als ik wakker word is het al licht. Het matras nodigt niet echt uit om te blijven liggen. Het is tijd om op te staan en ik gooi mijn benen over de rand van het bed. Ik ga recht op zitten en voel ineens iets prikken aan de onderkant van mijn bovenbeen. Als ik het tij omhoog til zie ik punaises liggen. Dat rotmatras ook denk ik, die punaises steek je er vast in om het laken vast te houden ofzo. Het harde matras ligt ook net als een plank.

Bij het ontbijt meld ik ‘dat het raar is om met punaises het beddengoed bijeen te houden’. Mijn broer begint te grinniken en ik weet hoe laat het is als ik hem aankijk. Weer een van zijn experimenten. Hij was benieuwd wat een paar punaises op het matras teweeg zou brengen bij mij. Mijn ouders reageren boos, hoe hij het in zijn hoofd haalt om dit neer te leggen. En dat ik hetzelfde geld een punaise in mijn been had. Mijn oma reageert verder niet echt op het ontstane tumult. Ze schenkt koffie bij, waarbij het kopje overstroomt op het schoteltje. Diepte zien gaat niet meer zo goed. Haar zicht is achteruit aan het gaan, door de gevolgen van diabetes. Dat valt ook op wanneer ze ‘The Bold & Beautiful’ kijkt, terwijl ze met haar hoofd op 20 cm van het scherm zit om de kleine lettertjes van de ondertiteling te lezen.

Eindelijk, ondanks de mijnschade en drukte van de grote gezinnen in de buurt een eigen plekje.

Mijn oma en opa hebben met hun gezin altijd in een stad in het zuiden van Nederland gewoond. Opa werkte er in de mijnen en zij bestierde het huishouden. Een typisch mijnwerkersgezin op het eerste gezicht. Ze zijn aan het begin van de oorlog getrouwd en betrokken daarna samen een klein huisje dat ze via de mijn huurden. Eindelijk, ondanks de mijnschade en drukte van de grote gezinnen in de buurt een eigen plekje. Allang voordat ze een eigen gezin starten, waren beiden al vroeg volwassen. Zo zorgde oma sinds haar twaalfde voor haar eigen broertje en twee zusjes nadat haar moeder het gezin had verlaten. Mijn opa kreeg de zorg op zich voor zijn 12 jongere broers en zusjes. Zijn moeder was na het overlijden van zijn vader opnieuw getrouwd en kreeg nog kinderen. Waarvoor mijn opa als oudste zoon zich verantwoordelijk voelde. Toen hij oma net leerde kennen, nam hij haar mee naar de bioscoop. Achtervolgd door verschillende broertjes en zusjes die mijn opa ook op een kaartje trakteerden.

Nu was er dan eindelijk een eigen gezin toen zij in de oorlogsjaren een eerste zoon verwelkomden. Dan is de oorlog officieel voorbij. De trauma’s zijn vers. Het aantal mensen dat niet meer terugkeert naar Nederland wordt een explosief getal. Ondertussen gaat het werk in de mijnen gewoon door en werkt mijn opa daar zes dagen in de week. Nederland begint met de wederopbouw, maar eigenlijk is sinds de komst van de Duitsers de productie van de kolen omhoog gevoerd. Bij het huis van mijn opa en oma wordt vroeg in de ochtend op de deuren geklopt…

Er wordt geroepen dat ze op zoek zijn naar Boy.

…Mijn oma doet open. De man die voor haar komt herkent ze. Het is de pastoor met nog andere mannen achter zich. Mijn oma schrikt van dit plotselinge bezoek op dit vroege tijdstip. Dan bekruipt haar een angstig gevoel, omdat in die de pastoor zichtbaar een pistool draagt. Er wordt geroepen dat ze op zoek zijn naar Boy. Mijn opa wordt van zijn bed gelicht en mijn oma weet nog net een wollen deken te pakken en om haar man heen te slaan. Wat er daarna gebeurd is niet direct terug te vinden in de Nederlandse geschiedenisboeken. Mijn opa heeft er nooit meer over willen praten.

Wat duidelijk is dat in de weken, maanden en jaren daarna op verschillende manieren bepaald werd wie goed of fout was tijdens de oorlog. De Nederlandse overheid wilde ervoor zorgen dat mensen met een Duitse nationaliteit direct het land worden uitgezet. Mijn opa was geboren in Duitsland en als kleuter naar Nederland verhuisd. Mijn opa verdween na die ochtend voor een lange periode. Het vervolg was dat er geen inkomsten meer waren voor mijn oma, die haar woning uit moest. Ze betrok met haar kind een kleine kamer. Zij kreeg al die tijd geen duidelijkheid over het verblijf van mijn opa, maar hoopte dat hij met die deken in ieder geval de kou overleefde. De jaren erna zou mijn oma verschillende warme exemplaren weer verzamelen. Mocht iemand ooit het huis plotseling op die manier verlaten dan had zij een wollig exemplaar paraat liggen.